Tussen onderwijs en arbeidsmarkt

Rotterdam, 29 maart 2017 | Op woensdag 29 maart 2017 sprak de raadscommissie Werk, Inkomen, Participatie en Volksgezondheid onder meer over de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. In deze collegebrief licht wethouder Hugo de Jonge (CDA) zijn beleid hierop toe. Hieronder lees je over de visie en inzet van NIDA op dit punt. Het volledige debat is hier terug te kijken (agendapunt 6). 

De commissiebijdrage van Aydin: Allereerste wil ik benadrukken dat NIDA ook zeer veel waarde hecht aan een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Wel verschilt NIDA van achterliggende visie met dit college.

Onderwijs in dienst van talent, niet de arbeidsmarkt

Waar het college vooral redeneert vanuit de behoeften van de arbeidsmarkt, daar benadert NIDA het liever vanuit de talenten en passie van de jongeren. Onderwijs in dienst van het talent, in plaats van onderwijs en onze jeugd in dienst van de arbeidsmarkt. We zien risico’s in het te veel sturen van jongeren in hun studierichting, waarbij niet de jongere en zijn talent centraal staat, maar de behoefte van de arbeidsmarkt. Desalniettemin zijn we wel voorstander van het bieden van inzicht in arbeidsperspectieven aan jongeren en zijn we voorstander van samenwerking tussen onderwijsinstellingen en arbeidsmarkt. De voorbeelden van koppelingen die gelegd worden tussen opleidingen en de expertise en stageplaatsen van bedrijven en organisaties vinden we positief.

Tussen theorie en praktijk

Sterker nog, dit zou ons inziens niet beperkt moeten blijven tot het MBO. Ook HBO- en Universitaire opleidingen zouden wat ons betreft meer koppeling mogen maken met de huidige arbeidsmarkt. Het gaat onze fractie hierbij vooral om het curriculum dusdanig in te richten dat er meer feeling/bewustzijn wordt gecreëerd over wat al die theorielessen in de praktijk betekenen. Praktijkstages helpen studenten in het opbouwen van werkervaring in hun eigen vakgebied. Vooral vanwege de precarisering van de samenleving, is het des te belangrijk om studenten beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Hoe ziet de wethouder dit, om dus ook het HBO en WO te betrekken in het huidige beleid.

Samenvoeging opleidingen?

Wat betreft de voorbeelden die de Wethouder geeft over opleidingen die al beter zijn afgestemd op de arbeidsmarkt, kan ik me wel enigszins vinden in het commentaar van mevrouw Hoogveld. Aan de ene kant klinkt het als een positieve ontwikkeling dat er op basis van arbeidsmarktinformatie, nieuwe opleidingen zijn opgericht. Aan de andere kant vraag ik mij af in hoeverre de samenvoeging van meerdere opleidingen leidt tot beter arbeidsmarktperspectief. Verder zie ik ook niet in hoe sec de daling van het aantal opleidingen bijdraagt aan een betere aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Kan de wethouder dit verduidelijken?

Vruchten?

Complimenten aan de wethouder voor het overzicht van de pilots die gestart zijn en de voorbeelden van aangepaste opleidingen. Ik vind het een mooie ontwikkeling en er wordt heel duidelijk beschreven welke onderdelen precies zijn veranderd en met welk doel. Mijn enige vraag hierbij: zijn er al tussentijdse resultaten beschikbaar die de effectiviteit, dan wel de vruchten, van deze aanpassingen aantonen?